Onthulling monument 2 juli 2005 .

Net voor de onthulling

Net voor de onthulling

Net voor de onthulling

Onthulling Zeeuws Slavernij monument

 

Welkomstwoord

(door Roelof Koops, voorzitter projectgroep Zeeuws slavernijverleden)

Mijnheer de  Commissaris der Koningin, mijnheer de gedeputeerde voor Cultuur,  Dames en heren genodigden en andere belangstellenden,

Allereerst wil ik u namens de stichting Monument Middelburg en de projectgroep Zeeuws Slavernijverleden van harte welkom heten op deze bijzondere dag, op deze bijzondere plaats voor een wel zeer bijzondere gebeurtenis; de onthulling van een Zeeuws Slavernijmonument.

Wij zijn verheugd dat u allen in zo grote getale bij deze plechtige gebeurtenis aanwezig wilt zijn. Omdat u in zo grote getale bent gekomen zijn wij zoals u gezien heeft niet in staat iedereen een zitplaats te bieden. Mag ik onder verwijzing naar de bordjes die vroeger en misschien ook nu nog wel in de bus hangen “gaat u maar zitten, ik kan staan” u verzoeken er op te letten dat iedereen, voor wie dit echt noodzakelijk is, een zitplaats heeft.

 

Op 1 juli 1863 is in de toenmalige Nederlandse gebiedsdelen in de West de slavernij afgeschaft. Voor grote groepen Nederlanders van Surinaamse en Antilliaanse afkomst wordt  deze afschaffing van de slavernij op 1 juli als een bevrijdingsdag, als Keti-Koti dag, de dag van de verbroken ketenen, gevierd. Sinds de plaatsing en onthulling van het Nationaal Slavernijmonument in het Amsterdamse Oosterpark op 1 juli 2002 wordt daar elk jaar, en dus ook gisteren, op 1 juli de Nationale Herdenking van de afschaffing van de slavernij gehouden. 

Gezien de symbolische betekenis van 1 juli als dag van de afschaffing  van de slavernij in alle Nederlandse gebiedsdelen lag het in de bedoeling ook de onthulling van het Zeeuwse Slavernijmonument op die dag te laten plaats vinden. Maar juist vanwege het belang van deze onthulling hier in Zeeland, in Middelburg wilden wij zoveel mogelijk belangstellenden in de gelegenheid stellen deze onthulling bij te wonen zonder de moeilijke keuze tussen Nationale Herdenking of Zeeuwse Onthulling te hoeven maken. Dit is de reden geweest deze onthulling niet gisteren op 1 juli, maar vandaag op 2 juli te laten plaatsvinden. Het ligt overigens in de bedoeling in de toekomst ieder jaar naast de Nationale Herdenking van de afschaffing van de slavernij in Amsterdam, hier bij het Zeeuwse Slavernijmonument  op de Balans in Middelburg een Zeeuwse Herdenking van de afschaffing van de slavernij te houden.

 

Overigens waren, dames en heren, toen eind jaren negentig van de vorige eeuw een locatie voor het Nationale Slavernijmonument werd gezocht, Middelburg en Amsterdam nadrukkelijk in beeld. De landelijke politiek, het belang een nationaal monument in de hoofdstad van ons land te willen realiseren in combinatie met de aanwezigheid van een grote   Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap in die stad heeft het keuze toen op Amsterdam bepaald. Veel mensen hebben er aan bijgedragen dat wij hier vandaag toch bij de onthulling van een Zeeuws Slavernijmonument aanwezig kunnen zijn. Van die velen wil ik er nu toch al twee met name noemen: Ferdinand Ralf en Jaap Goetheer. Ferdinand was degene die de droom had dat er ook in Middelburg een monument zou komen en die met vriendelijke halsstarrigheid de realisering van die droom heeft nagestreefd. Jaap Goedheer was degene die in 2002 de realisering ervan mogelijk maakte dankzij zijn initiatiefvoorstel in de Middelburgse gemeenteraad, een voostel dat op een raadbrede steun bleek te kunnen rekenen. 

 Dames en heren,

Als voorzitter van de projectgroep is aan mij de eer toegevallen vandaag bij deze plechtige onthulling van het Zeeuwse Slavernijmonument als een soort ceremoniemeester te mogen optreden en u door het programma heen te loodsen. In die hoedanigheid wil ik gaarne nog even het programma met u doornemen.

 

Na mijn welkomstwoord zal eerst Herbert Veira de namen van een aantal vrijheidsstrijders door de eeuwen heen declameren. Daarna zal het gelegenheidskoor Voices of Freedom onder leiding van mevr. Bea Zwadlo het door Rieks Veenker gecomponeerde “Lied van de Vrijheid” ten gehore brengen.

Daarna zullen de Commissaris van de Koningin in de provincie Zeeland, de heer van Gelder en de voorzitter van het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis, het NiNsee, de heer Campbell het woord voeren.

Hierna zal mevr. Judith Huijsman, bestuurslid van de stichting monument Middelburg een gedicht van Frank Martinus Arion voordragen.

Na deze voordracht zal mevr. Joke van Nieuwenhuijzen, fractievoorzitter Groen Links Middelburg, de toespraak van Jaap Goetheer, die in het programma wordt genoemd, in zijn naam uitspreken. Tot zijn en onze grote spijt is Jaap Goetheer wegens een werkbezoek aan de Filippijnen verhinderd hier vandaag bij ons aanwezig te zijn.

Als laatste officiële spreker zal daarna Ferdinand Ralf, voorzitter van de stichting Monument Middelburg het woord tot u richten.

 

Hierna zal de zangeres Denise Jannah met begeleiding van de percussionist Ponda O’Brien een lied en een gedicht ten gehore brengen.

Daarna zijn wij aangekomen bij de eigenlijke onthulling van het monument. Vóór de onthulling zullen kalebassen worden uitgedeeld om na de onthulling een toast uit te kunnen. Om u echter in staat te stellen tijdens en na de onthulling ook te kunnen applaudisseren zal het water om de toast uit te kunnen brengen pas na de eigenlijke onthulling worden rondgedeeld. Er zijn 300 niet lekkende kalebassen beschikbaar en volgens opgave zijn wij vanmiddag hier met ruim 400 mensen bijeen. Ik verzoek dan ook dat mensen die samen met iemand zijn gekomen als stel één kalebas te nemen. Voor degenen die geen kalebas hebben gekregen zijn er na de onthulling bij de infostand nog een aantal beschikbaar om als souvenir meegenomen te worden.

 

De eigenlijke onthulling start hierna wanneer achttien leerlingen van de scholengemeenschap CSW onder leiding van Rieks Veenker het lied  “1000 gedachten” gaan zingen. Hierna zullen zeven leerlingen van de scholengemeenschap Nehallennia samen met Denise Jannah het Zeeuws Slavernijmonument onthullen.

Liefde van de vrijheid

Lied van de Vrijheid

 

Ik droom van een land

Waar een plaats is voor iedereen

Ongeacht huidskleur, ras of geslacht.

 

Ik droom van een land

Waar een plaats is voor iedere mens

Wat hij ook denkt, wat hij gelooft

Wat hij verwacht.

Ik droom van een land

Waar de mensen geloven in vrede

Niet alleen in de Kerstnacht.

Ik zing over jou, ik zing over mij

Ik zing over mensen die dromen

Van leven en vrijheid.

 

Vrijheid, vrijheid van mening

Vrijheid, vrijheid van godsdienst

Vrij van het idee

Dat het recht van de sterkste geldt.

Vrijheid, vrijheid van mening

Vrijheid, vrijheid van godsdienst

Vrij van armoede en angst

Honger, agressie en geweld

Misbruik van macht.

 

Ik zing over jou, ik zing over mij

Ik zing over mensen die dromen

Van leven en vrijheid.

Dit lied is van mij, dit lied is voor jou

Vrijheid voor mij, vrijheid voor jou.

 

(tekst/muziek: Rieks Veenker)

 

Onthulling

Toespraak van de Commissaris van de Koningin,

drs W.T. van Gelder

 

Geachte genodigden, dames en heren,

 

Vierhonderd negen jaar geleden bracht in november 1596 de Rotterdamse kaperkapitein Melchior van den Kerckhoven een op de Portugezen buitgemaakt schip op naar Middelburg. De lading van dit buitgemaakte schip bestond onder andere uit 100 uit Guinee afkomstige tot slaafgemaakte Afrikanen. Dit was de eerste keer dat Zeeland direct met de handel in tot slaafgemaakte mensen geconfronteerd werd. De Rotterdamse kapitein wilde deze buitgemaakte slaven namens de eveneens uit Rotterdam afkomstige reder Pieter van der Haegen in Middelburg verkopen, maar daar staken het Middelburgse stadsbestuur en de Staten van Zeeland een stokje voor.

 

Burgemeester Adriaen Heindricxen ten Haeff van Middelburg protesteerde heftig tegen de voorgenomen verkoopplannen bij de Staten van Zeeland. Zijn protest werd op 15 november 1596 tijdens de statenvergadering behandeld. In de statennotulen, die bewaard worden in de depots van het Zeeuws Archief , staat de strekking van Ten Haeffs protest weergegeven: “…dat hier waren ingebracht mette schepen uyt Guynéa, hier in gecommen veele Mooren, wel by de hondert, zoo Mans als Vrouwen en Kinderen, wesende alle gedoopte Christenen, ende dat die daaromme nyet en behooren by yemanden gehouden oft vercocht te worden als Slaeven, maar gestelt in heure vrye liberteyt, zonder dat yemandt van derselver eygendom behoort te pretenderen”.

 

De Staten van Zeeland lieten de zondag daarop in alle kerken afkondigen dat de Afrikanen de volgende dag in vrijheid zouden worden gesteld. Vervolgens zouden ze de mogelijkheid krijgen een ambacht te kiezen of ergens in dienst te gaan om zo in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Daartoe is op de daaropvolgende maandag een kijkdag georganiseerd op het hierachter gelegen Abdijplein, waarbij de bevolking een keuze kon maken uit de vrijgelaten slaven.

 

De eigenaar van het buitgemaakte schip, Pieter van der Haegen, liet het er echter niet bij zitten en ging tegen het besluit van de Staten van Zeeland in beroep bij de Staten-Generaal in Den Haag. Hij vroeg toestemming de Afrikanen naar Portugal te vervoeren om hen daar toch als slaaf te verkopen kunnen wij wel aannemen. Het verzoek werd afgewezen maar op een tweede verzoek besloten de Staten-Generaal dat hij met de Afrikanen kon doen “soe hy ’t verstaet”, met andere woorden hij kon met hen doen wat hij maar wilde.

 

Het is niet precies bekend wat er verder met deze Afrikanen is gebeurd. Het is aannemelijk dat Pieter van der Haegen ze eind november door zijn kapitein Melchior van den Kerckhoven uit Middelburg via Portugal naar West-Indië heeft laten brengen, waar ze alsnog verkocht zullen zijn. Mogelijk is niet de gehele groep weer verscheept, maar zijn enkele van hen op Walcheren achtergebleven, die in de hoogstens twee weken oponthoud werk hadden gevonden.

 

Mogen wij uit deze episode afleiden dat de Zeeuwen in die periode betere en moreel hoogstaandere mensen waren dan de Spanjaarden en Portugezen, die toen wel al volop in slaven handelden? Nee, de waarheid gebiedt te zeggen dat voor de Zeeuwen in 1596, dus nog voor de opkomst van de grote handelscompagnieën  als de WIC en de VOC, de transatlantische slavenhandel nog vrijwel onbekend was, dat zij de afzetmarkten voor Afrikaanse slaven in de Nieuwe wereld nog niet kenden en dat zij nog onwetend waren van de winsten die met de handel in mensen behaald konden worden. Toen deze kennis en dit inzicht en tiental jaren later in het begin van de 17e wel begon door te dringen heeft ook de Kamer Zeeland van de West Indische Compagnie zich sinds haar oprichting in 1621 met verve op de transatlantische slavenhandel gestort, hierin in de 18e eeuw gevolgd door Middelburgse Commercie Compagnie en andere particuliere kooplieden uit Vlissingen, Middelburg en Veere.

 

Dames en heren,

 

In het licht van de Zeeuwse betrokkenheid met de transatlantische slavenhandel staan wij hier op wel zeer historische grond. Zoals gezegd maakten de Zeeuwen in1596 op het direct hiernaast gelegen Abdijplein voor het eerst kennis met tot slaafgemaakte mensen en het fenomeen slavenhandel. Tevens ligt hier rechts van mij aan de Balans nr. 17 een van de belangrijkste pakhuizen van de Middelburgse Commercie Compagnie, terwijl de heren directeuren van deze slavenhalercompagnie decennia lang in de achter mij gelegen St. Joris Doelen vergaderden. Een meer historische plaats voor een op te richten monument ter herdenking van het Zeeuwse slavernijverleden is in Middelburg en Zeeland niet te vinden.

 

Namens het provinciebestuur van Zeeland wil ik vandaag bij de onthulling van dit Zeeuwse slavernijmonument in onze provinciehoofdstad de vele honderdduizenden onschuldige mannen, vrouwen en kinderen gedenken, die tijdens een periode van bijna drie eeuwen uit hun eigen continent zijn weggehaald om in de Nieuwe Wereld in slavernij te worden te werkgesteld en de velen die de ontberingen van het transport naar de Amerika’s en het brute leven op de plantages aldaar niet overleefd hebben.

 

Maar dit is niet alleen een monument om de slachtoffers van het slavernijverleden herdenken, het is ook een monument waarmee wij dit slavernijverleden als onderdeel van onze geschiedenis erkennen, een plaats geven in ons collectieve geheugen. En niet in de laatste plaats is dit een monument van bezinning, om ons er aan te herinneren waartoe ongebreideld en nietsontziend winstbejag mensen kan brengen, niet alleen in het verleden maar ook in het heden en de toekomst.

 

Want ook nu nog worden wij geconfronteerd met moderne vormen van slavernij, zoals mensenhandel, schuldslavernij en onbetaalde kinderarbeid. De strijd tegen dit soort mensonwaardige behandelingen begon enkele eeuwen geleden, in kleine kringen van verontruste christelijke groepen. Deze eerste protesten hebben uiteindelijk geleid tot brede bewegingen die zich hebben ingezet voor een verbod op de slavernij. Bijna zestig jaar geleden, in 1948, werd dit verbod opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (artikel 4). Maar daarmee is de strijd niet gestreden. Zolang er groepen zijn die om ideologische of andere redenen denken en propageren dat andere mensen ‘lager’ of ‘minderwaardig’ zijn, is alertheid geboden. We kunnen niet achterover leunen en we moeten ons blijven inzetten tegen deze schendingen van de mensenrechten. Slavernij is nog geen geschiedenis.

 

Het monument nodigt uit om te herdenken, te blijven herinneren en te komen tot erkenning van een gedeeld verleden. Maar vooral nodigt het uit tot vooruitkijken naar een gezamenlijke toekomst waarin wij, ongeacht ras, sekse, geloof of geaardheid, met elkaar werken aan een toekomst waarin respect en wederzijds begrip belangrijke waarden zijn. 

 

Ik hoop dat dit monument deze rol in onze samenleving zal gaan vervullen.

Onthulling

OP DE BALANS

(Toespraak Eddy Campbell, Voorzitter van het NiNsee, bij de onthulling van het Zeeuws Slavernijmonument en  de afsluiting van het Jaar van het Zeeuwse Slavernijverleden. Middelburg, zaterdag 2 juli 2005.)

 

Kennis van ons verleden is noodzakelijk voor het vinden van onze weg naar de toekomst. In en door het monument dat vanmiddag hier op De Balans in Middelburg wordt onthuld is ons vroegste gemeenschappelijke verleden verbonden met het heden. We weten ons vandaag wel fysiek ver verwijderd van het land van herkomst maar des te meer mentaal verbonden met de roemruchte geschiedenis van Zeeland.We voelen ons in de tijd ver weg van de voorvaderen.

Met de totstandkoming en onthulling van dit monument wordt die kloof tussen ons en onze voorouders op symbolische wijze eindelijk gedicht.Dit monument is naast een handreiking naar ons verleden tegelijk een richtingwijzer naar de toekomst.

 

De initiatiefnemers voor de oprichting van dit monument hebben geschiedenis geschreven. De slavernijgeschiedenis vormt immers een belangrijk onderdeel van onze gemeenschappelijke historische canon.

Achter ons ligt een heel jaar van activiteiten gericht op het inventariseren en voor het voetlicht brengen van de geschiedenis en de erfenis van de slavernij in Zeeland.

De oprichters hebben zo gezorgd voor vergroting van onze kennis, verdieping van ons inzicht en bijgedragen aan een goede ordening en interpretatie van ons gezamenlijk verleden. Het gezamenlijke verleden van Zeeuwen, Hollanders en Afrikanen in de diaspora.

 

De geschiedenis leert dat de Zeeuwen in de tweede helft van de 18de eeuw ruim tachtig procent van alle slaven “onder Nederlandse vlag” hebben vervoerd van West - Afrika naar Amerika. Slavenhandel was bittere noodzaak .Zeker na het wegvallen van de kaapvaart en de teloorgang van de handel met het buitenland. De Zeeuwen hebben naast de slavenhandel veel geld verdiend met vervoer en verwerking van exotische producten als suiker, koffie en cacao( Den Heijer).

Het verhaal gaat dat in de zeventiende eeuw tientallen zoniet honderden zwarten van door de Zeeuwen gekaapte schepen in Middelburg en Vlissingen zijn terecht gekomen. Vice - admiraal Joost van Trappen liet zich al in 1640 portretteren met een “Moor” als bediende aan zijn zijde (Ivo van Loo ). Een zoektocht naar de eerste ‘’zwarten” in de Nederlanden zou voor Zeeland weleens verrassende resultaten kunnen opleveren.

De plek voor dit monument is verrassend goed gekozen.Sterker nog; deze locatie op De Balans lijkt wel voorbestemd. Hier lag – in modern jargon – het centrum van de bedrijfsvoering. Met alle kantoren, pakhuizen, magazijnen en bestuurskamers vormde dit plein het belangrijkste facilitair en logistiek knooppunt.

Wat er tot nog toe op deze plek ontbrak was de symbolische verwijzing naar het product van de negotie. Die leemte is nu opgevuld en de balans is op indrukwekkende wijze hersteld.

Met de recente komst naar Nederland en meer in het bijzonder naar Zeeland van honderdduizenden nazaten van de slaven is de historische cirkel van de gedwongen Afrikaanse migratie gesloten. Dit monument is nu het teken van erkenning van het Zeeuwse slavernijverleden en een aanbod tot verzoening tussen “daders” en “slachtoffers”: nooit meer slavernij...

 

Dit Zeeuwse monument is niet het allereerste slavernijmonument in Nederland.De eer van het eerste slavernijmonument binnen de stadsgrenzen gaat naar Amsterdam. Daar staat in het Oosterpark het met financiële steun van de regering tot stand gekomen Nationaal Monument Slavernijverleden.

Het is niettemin de grote verdienste van de Zeeuwse gemeenschap een monument op eigen kracht en nagenoeg met eigen zelf verworven middelen te hebben gerealiseerd.

 

Namens het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis, feliciteer ik de initiatiefnemers met dit indrukwekkende resultaat. Ik feliciteer de stad Middelburg; ik feliciteer de Zeeuwse gemeenschap met de oprichting van dit teken in het landschap van ons gemeenschappelijk verleden dat tegelijkertijd verwijst naar onze gezamenlijke toekomst.

 

Eec/02/07/05

Onthulling

EENS

Eens zullen de tamtams
Uit alle werelddelen klinken.
 
Zwarte Engelen zullen nederdalen
En het Woord zal tronen op de morgen.
 
Blanken zullen niet meer
schieten  op zwarten. Noch
zullen zwarten de lansen ---
die hun eigen lichaam wondden ---
meer richten op blanken.
 
Het Glimlachend Woord
zal witte en zwarte handen houden.
En er zal veel vreugde zijn
in witte en zwarte wouden.
 
Eens --- maar eens is ver
en eens is lang geleden
 
Eens is ver en eens
is lang --- en lang geleden.
 
het is een gedicht van Frank Martinus Arion
uit een bundel : STEMMEN UIT AFRIKA. 1957
 
(Voorgedragen door : J. Huijsman)

Toespraak van Jaap Goetheer

(in zijn naam uitgesproken door Joke van Nieuwenhuijzen)

 

Het was het jaar van de geboycotte Olympische Spelen in Moskou – 1980 om precies te zijn. Ik was toen voor een korte periode in Ghana om mee te werken aan een vrijwilligersproject. De laatste week van die periode was ik onder andere in Elmina waar twee forten staan die zo’n grote rol hebben gespeeld in onze geschiedenis aan die Afrikaanse Goudkust.

Ik keek van het ene fort – waar ik overnachte – zo uit op het andere machtige fort aan zee. Daar werd ik geconfronteerd met een stuk Nederlandse geschiedenis dat zijn weerga niet kent.

Onthulling

Het was de geschiedenis van een mislukt verleden, een verleden waar je je voor kunt schamen. Ik ben me als Nederlander, na die confrontatie met onze geschiedenis, bewust geworden dat onze vrijheid gekocht is met een een Afrikaans drama. Met enige verontwaardiging constateerde ik dat op school alleen verteld werd over de heldendaden van o.a. Michiel de Ruyter.

Maar waar verdiende men goud mee?

 

Via de West-Indische Compagnie en later de Middelburgse Commercie Compagnie werden duizenden negers onder erbarmelijke omstandigheden van Afrika naar Zuid-Amerika verscheept. In Zeeland was het big bussines. Hollands glorie, uitgedragen via de Verenigde Oost-Indische Compagnie krijgt graag en veel aandacht.
De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden als machtigste natie! Voor de West Indische Compagnie is de belangstelling veel geringer. Zeker een kernactiviteit van deze WIC - de slavenhandel - wordt liever niet nadrukkelijk in de schijnwerpers gezet.

Daar – in Elmina rondlopend in en om het fort – was het net alsof ik in die tijd rondliep. Toen ik in dat fort liep was het net alsof de slaven even weg waren, even naar buiten om een luchtje te scheppen. Alles was nog zo nadrukkelijk aanwezig. Ik weet het nog : Het was eng, en heel erg stil, wat moest je er over zeggen. Het is iets dat je verbergt, de Ghanees noemt dat – als ik het goed heb – Kalebule.

Het heeft mij nooit meer losgelaten.

 

Jaren later toen er gesproken werd om een Nationaal monument op te richten ter nagedachtenis aan dit stuk verleden had ik zo iets van : Als er een plaats is waar dat monument thuis hoort dan is het Middelburg wel.

Want Middelburg – en met name de West Indische Commercie Compagnie – heeft hier een groot aandeel in gehad. Maar het werd na vele discussies het Nationale monument in Amsterdam. Ik kon me daar niet bij neerleggen en heb toen zelfs contact opgenomen met de toenmalige minister Rogier van Boxtel. Tja ... en hij vertelde me dat het in de discussies o.a. ging tussen Middelburg of Amsterdam. Net als in de tijd van de Verenigde Compagnieen. Er is nog niets veranderd als het om de belangen van steden gaat.

 

Heel blij was ik met het initiatief van de Stichting Monument Middelburg om een monument in Middelburg te krijgen. Samen met hun hebben we het toen op de politieke agenda weten te krijgen. Bij de handel in slaven speelden Zeeuwse ondernemers een vooraanstaande rol.
Het gemeentebestuur van Middelburg moest nu maar eens een belangrijke rol spelen in de totstandkoming van een monument ter nagedachtenis aan die periode.
Als Groen Links raadslid heb ik daar mijn steentje aan bij kunnen dragen, ook omdat ik er vol van overtuigd was dat er iets in Middelburg moest komen. Niet als het terugbetalen van een oude schuld. Het was de geest van de tijd. We moeten er wel aandacht aan besteden. Het is een belangrijk stuk geschiedenis, dat niet weggestopt en vergeten mag worden want wij Nederlanders zijn niet altijd zo begaan met onze geschiedenis.
Uiteindelijk hebben we het in de gemeente raad en het college voor elkaar gekregen en daar ben ik erg blij mee.

Hier staan we nu – op de Balans – heel erg dicht bij de gebouwen die destijds allemaal hun eigen rol hebben gespeeld. Een betere plek voor dit monument is er mijn inziens niet. Laat dit ook de plek zijn waar de drie continenten samen komen.

Onthulling

TEKST  ONTHULLING ZEEUWS SLAVERNIJ MONUMENT

door Ferdinand Ralf, voorzitter van de Stichting Monument Middelburg

 

Geachte Commissaris van de Koningin, dames en heren, jongens en meisjes,

 

Mahatma  Gandhi had een missie, Martin Luther King had een droom en Nelson Mandela had hoop, maar ik liep ongeveer dertig jaar geleden met een paar brandende vragen rond.

Waarom vieren de Nederlanders 4 en 5 mei zo intensief? Dodenherdenking op 4 mei en de bevrijding op 5 mei. Overal monumenten in het land die aan deze pijnlijke periode van vijf jaar doen terugdenken of eraan moeten blijven herinneren…

Maar over de slavernij die in Suriname, de Antillen en elders plaatsvond hoor en lees je bitter weinig. Ook niet dat deze periode van mensenhandel meer dan twee eeuwen heeft geduurd. Hoe vergelijk je vijf jaar met  twee eeuwen? Waarom is het zo stil?

Waarom staat er nog steeds in de geschiedenisboeken dat ik een nakomeling ben van slaven? Terwijl de slavernij al in 1863 zou zijn afgeschaft en ik pas in 1950 ben geboren…

Was dit misschien een bestemming vanaf de schepping? Of hebben mijn voorouders onze Lieve Heer eens boos gemaakt? Als dat zo is wanneer zal Hij het ons vergeven? Zodat wij eindelijk in vrijheid kunnen leven zonder het fysieke en geestelijke juk van slavernij?

Waarom hebben Afrikanen hun broeders en zusters zonder enige gewetenswroeging aan vreemden verkocht?  Zijn ze er nu rijker of beter van geworden?

 

Vandaag, 2 juli 2005, maken wij hier in Middelburg een klein beginnetje om antwoorden te vinden. Het gaat het niet alleen om antwoorden maar ook om daden, bewustwording en bezinning.

Kunnen wij elkaar hier beloven dat zoiets afschuwelijks als slavenhandel uit onze wereld zal worden gebannen? Ondanks het besef dat er nu nog steeds overal ter wereld vele vormen van slavernij bestaan?

Kunnen we tot het besef komen dat gezamenlijke vooruitgang in ons aller belang is?

Kunnen wij samen verder, samen op weg; kunnen wij elkaar helpen en ondersteunen?

De weg is lang, nog heel lang, maar ik heb hoop en geloof in ons gezamenlijk kunnen.

 

Wij danken de Commissaris van de Koningin de heer van Gelder voor zijn komst en de Provincie Zeeland voor de bijdrage.

De gemeente Middelburg danken wij: we hebben nauw en heel prettig hebben samengewerkt gedurende het hele traject. Ik noem hier Adrie van ’t Westeinde, Wim Caljouw en Koen Aartsen en alle medewerkers die hun handen uit de mouwen hebben gestoken voor het monument.

De fractie van Groen Links Middelburg danken wij omdat zij al in een heel vroeg stadium het streven van de stichting steunde en hun nek hebben uitgestoken voor een Zeeuws slavernijmonument.

 Barryl en Mavis Biekman van het Landelijk Platform Slavernijverleden danken wij voor hun betrokkenheid vanaf het begin.

Wij hebben nauw samengewerkt met Roelof Koops als voorzitter van Stichting Zeeuws Slavernijverleden en danken hem van harte  voor zijn ondersteuning, betrokkenheid en het inzetten van zijn  kennis voor  het thema slavernij. Onze dank geldt ook de leden van de project groep Slavernijverleden voor hun inzet en de verschillende aktiviteiten rond het thema slavernij.

Wim Scholten en Evie Malawauw danken wij  voor hun inzet en ondersteuning.

Wij danken de vele mensen die niet zijn genoemd maar die voor en achter de schermen het streven van de stichting een warm hart hebben toegedragen.

Onze dank gaat uit naar de bewoners van de Balans en omgeving omdat wij dit monument in hun woonomgeving mochten plaatsen.

Een speciaal woord van dank voor kunstenaar Hedi Bogaers die uiteindelijk de opdracht heeft gekregen voor het realiseren van dit monument. Wij waren vanaf het begin onder de indruk van haar integriteit en haar invoelingsvermogen als mens en als kunstenaar. Zij is in staat gebleken onze wensen voor een waardig monument te concretiseren in een beeld. Hedi’s woorden: Ïk besef dat ik op heilige grond sta”, spreken voor zich.

Onze dank gaat uit naar steenhouwer Martin Timmerman en medewerkers die nauw hebben samengewerkt met Hedi om tot dit prachtige resultaat te komen.

 Dit monument staat voor erkenning van het slavernijverleden, het Zeeuws slavernijverleden en voor een gezamenlijke toekomst. Met dit monument als ijkpunt staan wij met elkaar nog maar aan het begin van een bewustwordingsproces waarin het gedeelde slavernijverleden een plaats moet krijgen in het collectieve geheugen en bewustzijn van zwarte en witte mensen. Het is onze diepste wens dat we kennis en begrip krijgen voor elkanders onverwerkte pijn en gevoelens van schaamte en schuld. En dat we blijven beseffen dat we allen verbonden zijn door hetzelfde warme rode bloed. De tijd van verdringing, ontkenning en voorgewende onverschilligheid is voorbij.

Het is nu aan ons, de nazaten om het verhaal te vertellen en te luisteren.

Onthulling

1000 GEDACHTEN

Zing een lied

met duizend stemmen

ieder in z’n eigen taal

dansen in een nieuwe lente

zingen van oud verhaal

geef de vrijheid nog een kans

schreeuw het uit

en zing en dans.

 

Vrij te vliegen

vrij te leven

op je vleugels van saffier.

Zo te wiegen

zo te zweven

over grenzen langs rivieren.

Langs de stromen

van verlangen

in je dromen ver van hier.

Als je je gevangen weet

is die droom een hartenkreet.

 

Refrein:             Alle mensen tot op heden

ademen het verleden in

en aan die herinnering

ontlenen wij een nieuw begin.

 

Vrij van schuld en

toch gevangen

in een land vol overmacht

zo vervuld van

diep verlangen

vol van vrijheid in gedachten.

 

Rieks Veenker 

Onthulling

Afsluitend woord

door Roelof Koops, voorzitter projectgroep Zeeuws slavernijverleden

 

Dames en heren,

 

Het feit dat Nederland in de zeventiende en achttiende eeuw een actieve rol heeft gespeeld in de slavenhandel en het exploiteren van tot slaaf gemaakte mensen, was tot voor kort bij weinigen bekend. Nog minder bekend was dat de Zeeuwen daarin een aanzienlijk aandeel hadden.

 

Om de Zeeuwse bevolking bewust te maken van deze relatief onbekende episode uit de Zeeuwse geschiedenis, besloot een groot aantal instellingen en organisaties in Zeeland de handen ineen te slaan om de “stilte” over het Zeeuwse slavernijverleden te doorbreken. De projectgroep Zeeuws Slavernijverleden werd opgericht. Het doel was slavenhandel en slavernij en de gevolgen ervan voor alle Zeeuwen, blank en zwart, jong en oud, op een zo breed en gevarieerd mogelijke manier in de belangstelling te plaatsen. Niet alleen om het verhaal te vertellen ‘hoe het geweest is’ en om te leren op meer open manier met een stuk ‘belast’ verleden om te gaan, maar juist ook om duidelijk te maken hoe de gevolgen van dit slavernijverleden op allerlei manieren tot in het heden waarneembaar zijn. Zo ontstond het Jaar van het Zeeuwse Slavernijverleden dat op 2 juli 2004 van start ging. In dat jaar zijn legio activiteiten georganiseerd. Dit herdenkingsjaar is vandaag geëindigd met de onthulling van het monument ter herdenking aan de slavernij.

 

De onthulling vormt een mijlpaal in de tijd en in de ruimte. Enerzijds markeert het dus de afsluiting van een speciaal jaar gewijd aan het Zeeuwse slavernijverleden, anderzijds markeert het een begin van een periode waarin het monument uitnodigt te herdenken en een begin kan betekenen tot meer begrip voor een gedeeld verleden.

 

Dames en heren,

Deze twee elementen komen terug in het boekje dat wij hebben laten maken ter gelegenheid van de onthulling van het Zeeuwse Slavernijmonument en de afsluiting van het Jaar gewijd aan het Zeeuwse slavernijverleden. Voor iedereen ligt bij een van kramen op het voorterrein van Balans 17 een exemplaar klaar. Tevens ligt daar ook voor iedereen een exemplaar van het boekje “Éen ding is droevig” van de hand van Frank Martinus Arion. Een boekje dat COS Zeeland, een van de partners in de projectgroep, in het kader van het jaar van het Zeeuwse slavernijverleden heeft uitgegeven.

Ik verzoek u overigens het begrip ‘iedereen’ als volgt op te vatten; bent u samen of als gezin gekomen, neemt u dan van ieder boekje gezamenlijk één exemplaar mee.

 

Tot slot wil ik alle organisaties en personen die zich hebben ingespannen om het Zeeuwse slavernijmonument en het Jaar van het Zeeuwse slavernijverleden mogelijk te maken uit de grond van mijn hard bedanken voor al hun inzet en doorzettingsvermogen. Hun aantal in te groot om ieder persoonlijk te bedanken, maar twee uitzonderingen wil ik toch maken. De SCEZ en dan in het bijzonder Wim Scholten voor de coördinatie van het Jaar en de onthulling. Zonder deze ondersteuning, die veelal achter de schermen plaats vond zou het allemaal niet gelukt zijn. En een tweede uitzondering maakt ik voor  CBK Zeeland en dan in het bijzonder voor Katrien Ginsberg, voor het feit dat zij zo ruimhartig de infrastuctuur van haar gebouw  vandaag beschikbaar heeft gesteld.

  

Ook wil ik gaarne nog alle subsidiegevers bedanken die het Jaar van het Zeeuwse Slavernijverleden in de volle breedte, inclusief de onthulling van het monument financieel mogelijk hebben gemaakt: De Provincie Zeeland, de gemeenten Middelburg en Vlissingen, Mondriaan Stichting, Prins Bernhard Cultuurfonds Zeeland, Centrum voor Beeldende kunsten, vormgeving en architectuur Zeeland, Koninklijke Academie van Wetenschappen, Van de Velde Publicatiefonds, Stichting Moerman Promotie Vlissingen, LIRA-fonds, VSB-fonds, Maurits van Kattendijke stichting, ASN Bank, BPF Bouwinvest, NCDO, Stichting Doen, Stichting HIVOS en het ministerie van Buitenlandse Zaken.

 

En echt tenslotte wil ik u nog attenderen op de oecumenische dienst die morgen om 14.00 uur in de Nieuwe Kerk al hier gehouden wordt.

 

Dames en heren,

Ik ben blij dat wij vandaag met zo velen het monument een plaats hebben gegeven in Middelburgse en Zeeuwse samenleving. En dan nodig ik u allen nu gaarne uit voor het hapje en drankje en maak van de gelegenheid gebruik het monument goed te bekijken.

Onthulling

terug naar boven