Informatie over slavernij.

Over slavernij (en Zeeland)

De teksten op deze pagina zijn door het Zeeuws Archief opgesteld als toelichting bij de tentoonstelling Geboeid door het Zeeuwse slavernijverleden (3 juli 2004 t/m 8 januari 2005). Ze geven enig inzicht en achtergrond bij het centrale thema van het Zeeuwse slavernijverleden.

Driehoekshandel

De West-Indische Compagnie
De West-Indische Compagnie (WIC) werd opgericht in 1621. De WIC dreef handel op de ĎWestí: gebieden die grenzen aan de Atlantische Oceaan: West-Afrika en Amerika. West-IndiŽ was de naam voor BraziliŽ, Berbice, Demerary, Essequebo, Suriname en de Antillen in Zuid-Amerika.
De compagnie verdiende geld met:
1. Goederenhandel (vooral goud, ivoor en suiker)
2. Kaapvaart (gelegaliseerde piraterij)
3. Slavenhandel (mensen kopen in Afrika en verkopen in West-IndiŽ)
De West-Indische Compagnie was een landelijk bedrijf en had vijf Kamers: Amsterdam, Zeeland (kantoor in Middelburg), De Maze (kantoor in Rotterdam), het Noorderkwartier (kantoor in Hoorn) en Stad en Lande (kantoor in Groningen). In 1674 werd de compagnie ontbonden. Onmiddellijk richtte men een nieuwe West-Indische Compagnie op, die in 1792 ophield te bestaan.

De Middelburgsche Commercie Compagnie
Tot 1730 had de WIC het alleenrecht op de slavenhandel tussen Afrika en Zuid-Amerika. Toen zij dat monopolie verloor, stortten particulieren zich op deze lucratieve vorm van handel. De Vlissingse kooplieden handelden veelal individueel of in kleine gelegenheidscombinaties en hebben in totaal 311 driehoeksreizen ondernomen. De Middelburgse kooplieden verenigden zich binnen de Middelburgsche Commercie Compagnie (MCC). De MCC werd opgericht in 1720. Aanvankelijk dreef de compagnie handel op Europa en al snel ook op West-IndiŽ en Afrika. Vanaf 1723 ging de MCC zich ook bezighouden met de slavenhandel. Na 1730 werd de slavenhandel de meest belangrijke bron van inkomsten. In totaal ondernamen de MCC 113 driehoeksreizen. De MCC stopte met de slavenhandel in 1807 en ging verder als scheepswerf. In 1889 werd de compagnie opgeheven.

Schilderij door Engel Hoogerheyden

Schilderij vervaardigd door Engel Hoogerheyden (Middelburg 1740-1809), voorstellende tien snauwschepen van de Middelburgsche Commercie Compagnie.

Driehoekshandel
Omdat de schepen van de WIC en de MCC tussen drie werelddelen (Europa - West-Afrika - Zuid-Amerika) heen en weer voeren, werd de slavenhandel ook wel transatlantische driehoekshandel genoemd. De driehoekshandel hield in:
1. Handelsgoederen (textiel, wapens en buskruit, alcoholische dranken, snuisterijen zoals kralen, schelpen, spiegels) uit Europa en AziŽ ruilen voor mensen uit Afrika
2. Afrikanen vervoeren en verkopen als slaven in West-IndiŽ (Zuid-Amerika)
3. Handelsgoederen (goud, ivoor, suiker, huiden, tabak, cacao, koffie, indigo en katoen) uit Afrika en West-IndiŽ vervoeren en verkopen in Europa.
Een driehoeksreis duurde gemiddeld 18 maanden.

Slavenhandel

Van handelspost naar kolonie
De Nederlanders stichtten in het begin van de 17de eeuw handelsposten in het noorden van Zuid-Amerika. Uiteindelijk werden deze gebieden gekoloniseerd, zoals een deel van BraziliŽ, Berbice, Demerary, Essequebo, Suriname en de Antillen. In de meeste gebieden werden suiker-, koffie- en tabakplantages opgericht. Op de Antillen vond zoutwinning en landbouw plaats. Aanvankelijk probeerde men de plantages te laten bewerken door de oorspronkelijke bewoners, de Indianen, maar al snel bleek dat zij fysiek niet geschikt waren voor dit zware werk en ook niet bestand waren tegen door Europeanen meegebrachte ziekten. In de behoefte aan goede werkkrachten kon worden voorzien door de WIC en later de MCC en andere particulieren die zich bezighielden met slavenhandel.

Slavenschepen
De WIC en MCC hadden geen speciale slavenschepen. De gewone handelsschepen werden in Middelburg geladen met ruilgoederen (cargasoen) en pas voor de kust van Afrika geschikt gemaakt voor het vervoer van slaven. Afhankelijk van de afmetingen konden per schip 100 tot 500 slaven worden vervoerd. De scheepstimmerman bouwde boven het ruim een extra dek voor de slaven. In het midden kwam een schot zodat mannen en vrouwen gescheiden vervoerd konden worden. Verder bouwde de bemanning stellingen van twee verdiepingen waarop de slaven moesten slapen.

Plattegrond van een dek

Plattegrond van een dek van het Britse slavenschip Brooks, gebouwd in 1781 voor een slavenhandelaar in Liverpool. De prent werd in 1787 afgebeeld in een pamflet van de Britse anti-slavernij beweging.

Transport
In West-Afrika kocht men slaven (armasoen) van Afrikaanse handelaren. De slaven werden gebrandmerkt en in het scheepsruim geladen. Op het slavendek hadden ze nauwelijks ruimte om zich te bewegen, er hing een bedompte lucht, ze zaten geketend, kregen eenzijdig eten en drinken en werden slechts af en toe, in kleine groepjes, gelucht. Vaak braken er ziekten uit, zoals pokken, dysenterie, tering of een andere epidemische ziekte. Desondanks zorgde men er wel voor dat de slaven in leven bleven. Tenslotte werden ze beschouwd als handelswaar: hoe meer slaven de overtocht overleefden des te beter de opbrengst zou zijn. Dat gold zeker voor de MCC. Deze compagnie gaf de slaven redelijk te eten, men lette op de hygiŽne, er was enige medische verzorging en er werden, in verhouding tot andere rederijen, minder slaven per schip meegenomen. Na een tocht van gemiddeld twee maanden kwamen de slaven in West-IndiŽ aan

Slavenhandel
Er zijn ruim 9 miljoen Afrikaanse slaven verscheept en verkocht, waarvan circa 550.000 door Nederland. De Zeeuwen (de Kamer Zeeland van de WIC, de MCC en individuen) verscheepten en verkochten ongeveer 180.000 slaven. Procentueel gezien was het Zeeuwse aandeel in de totale slavenhandel circa 2%.

Slavernij

Slavernij
Slavernij is zo oud als de mensheid zelf en bestaat nog steeds. Een slaaf is een mens die het onvrije eigendom is van een andere mens.

Slavenmarkt
De meeste Afrikanen kwamen aan op CuraÁao. Daar was een grote slavenmarkt waar de slaven werden verdeeld over Midden- en Zuid Amerika.
Op de slavenmarkt vonden hartverscheurende taferelen plaats. Moeders die van hun kinderen werden gescheiden, broertjes en zusjes die apart van elkaar werden verkocht. De gekochte slaven kregen van hun meester een nieuwe naam. Vaak waren dat Bijbelse namen, mythologische of oer-Hollandse namen.

Plantage
De slaven moesten werken op de plantages. Er waren verschillende soorten slaven: huisslaven werkten in het huis van de meester, veldslaven werkten op de plantage, fabrieksslaven werkten in bijvoorbeeld de suikerfabrieken, en dan waren er nog de foetoeboys, slaven die altijd in de buurt van Ė de voeten van Ė de meester moesten blijven. De slaven moesten hard werken, kregen vaak eenzijdig voedsel en werden streng gestraft als ze iets misdeden. Die straffen waren meestal lijfstraffen en werden vaak in het bijzijn van de andere slaven gegeven om een voorbeeld te stellen.

Marrons
Slaven probeerden aan hun gedwongen levensomstandigheden te ontkomen door weg te lopen. Ze vluchtten naar het bos. De weggelopen slaven, die in Suriname Marrons of Boscreolen worden genoemd, bezaten niets en waren voor hun onderhoud afhankelijk van plunderingen van plantages en huizen van blanke eigenaren. De plantagehouders stonden vrijwel machteloos tegen de ontvluchtingen en de plunderingen. Wel probeerden ze weggelopen slaven te vangen. Deze stonden zeer zware straffen te wachten als ze werden gepakt.

Afschaffing
Engeland schafte als eerste de slavenhandel af in 1807 en in datzelfde jaar deed ook Amerika dat. Nederland volgde in 1814. Maar de slavernij werd door veel landen nog in stand gehouden. Denemarken schafte de slavernij af in 1803, Engeland in 1834, Frankrijk in 1848, Nederland in 1863, Amerika in 1865, Portugal in 1869, Spanje in 1886 en BraziliŽ in 1888.
De Nederlandse afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863 wordt ĎKeti Kotií genoemd: ĎHet verbreken van de ketenení. Deze dag wordt in Suriname nog steeds gevierd, evenals 10 oktober toen de Nederlandse gemeenschap vrede sloot met de Marrons. Op de Antillen wordt op 17 augustus de ĎLucha di dia di Libertatí gevierd als herinnering aan de grote slavenopstand op CuraÁao in 1795.
Sinds de onthulling van het Nationale Slavernijmonument in Amsterdam in 2002 wordt ook in Nederland jaarlijks op 1 juli de afschaffing van de slavernij officieel herdacht.

Boeken over slavernij: wanneer u hier klikt opent zich een nieuw venster met een pagina van de website van het Zeeuws Archief, alwaar een overzicht staat van boeken over slavenhandel en slavernij tot 1863.

Ooggetuigen van de slavenhandel

Hoe was het om uit je land te worden weggehaald en te worden verkocht als slaaf om te werken in een vreemd land? Hoe was het om mensen te kopen, te vervoeren en te verkopen, om je geld te verdienen met mensenhandel? Twee ooggetuigen hebben hun belevenissen en ervaringen opgeschreven en te boek gesteld. De ene ooggetuige is een Afrikaan die werd verkocht als slaaf in Amerika, de ander een Europeaan die in slaven handelde. Hun getuigenissen geven een indringend beeld van deze periode uit onze geschiedenis.

Olaudah Equiano

Introductie
Olaudah Equiano (Isseke Nigeria 1745ĖLonden 1797) werd in 1756 gekidnapt door leden van de Arostam. Hij werd aan verschillende meesters in Afrika verkocht en uiteindelijk met een slavenschip naar Virgina vervoerd.

Portret van Olaudah Equiano

Olaudah Equiano

Daar werd hij in 1757 gekocht door een Britse marineofficier M.H. Pascal en kreeg een nieuwe naam: Gustavus Vassa. Hij voer naar Engeland en diende van 1758-1762 bij de Britse marine tijdens de Zevenjarige Oorlog. In 1759 werd hij in Londen gedoopt. Equinao werd in 1763 verkocht aan R. King in Montserrat, voor wie hij tot 1766 op handelsschepen werkte die tussen West-IndiŽ en het vaste land van Amerika voeren.

Tussen zijn slavenarbeid door verdiende hij ook geld voor zichzelf. Hij kon zich met dat geld in 1766 vrijkopen. Zijn hele verdere leven stond in het teken van verzet tegen slavernij. In 1789 verscheen zijn boek Interesting Narritive of the life of Olaudah Equiano or Gustavus Vassa, the African, dat reeds in 1790 in een Nederlandse vertaling uitkwam.

Gevangen
Op een dag toen al onze mensen zoals gewoonlijk naar het werk waren gegaan en alleen ik en mijn lieve zuster thuis waren gebleven om op het huis te passen, klommen twee mannen en een vrouw over onze muren en grepen ons onmiddellijk vast en voordat wij de kans kregen om te schreeuwen of om ons te verzetten snoerden zij ons de mond en renden met ons het dichtstbijzijnde bos in. Hier bonden zij onze handen vast en bleven ons dragen zover als zij konden tot de zon onderging en wij een klein huis binnengingen voor voedsel en om de nacht door te brengen.

Alleen verder
De volgende dag werden mijn zuster en ik gescheiden. Zij werd van mij afgerukt en onmiddellijk weggedragen terwijl ik achtergelaten werd. Ik huilde en jammerde voortdurend en gedurende een aantal dagen at ik niets behalve wat zij mij in mijn mond propten.

Verkocht
Ik werd opnieuw verkocht en naar een aantal plaatsen gevoerd totdat ik na langdurige reizen aankwam in een stad genaamd Tinmah. Hier zag en proefde ik voor het eerst kokosnoten en suikerriet. Hun geld bestond uit kleine witte schelpen zo groot als de nagel van een vinger. Hier werd ik voor 172 van de schelpen verkocht door een koopman die daar woonde.

Naar het slavenschip
Het eerste dat ik zag toen ik aankwam aan de kust was de zee met een slavenschip dat daar voor anker lag en op lading wachtte. Dit vervulde mij met verbazing die weldra in ontzetting omsloeg toen ik aan boord werd gebracht. Ik werd onmiddellijk door een paar bemanningsleden beetgepakt en heen en weer geschud om te zien of ik gezond was en ik was er nu van overtuigd dat ik terecht was gekomen in een wereld van boze geesten die mij zouden doden.

Bang
Toen ik het schip rondkeek en een groot fornuis als koper zag koken en een menigte zwarte mensen zag die aaneengeketend waren, terwijl elk van hun gelaatstrekken wanhoop en verdriet uitdrukte, toen twijfelde ik niet langer aan mijn lot. Geheel met afgrijzen vervuld en door angst overmand viel ik bewegingsloos op het dek en raakte buiten bewustzijn. Toen ik een beetje bijkwam, zag ik een paar zwarte mensen rondom mij staan die naar ik dacht behoorden bij hen die mij aan boord hadden gebracht en daarvoor waren betaald; zij praatten tegen mij om mij op te vrolijken maar alles was vergeefs. Ik vroeg hen of wij niet zouden worden opgegeten door die blanke mannen met hun vreselijke uiterlijk, hun rode gezichten en losse haren.

Het slavendek
De stank van het ruim was zo ondraaglijk vies dat het gevaarlijk was om daar enige tijd te verblijven en sommigen van ons hadden toestemming gekregen om aan dek te blijven voor frisse lucht. De benauwdheid van het ruim en de hitte van het klimaat, gevoegd bij het aantal in het schip, dat zo overvol was dat elk van ons nauwelijks ruimte had om zich om te draaien, verstikten ons bijna. Dit leidde tot overvloedig transpireren, zodat de lucht spoedig ongeschikt werd om in te ademen. De vieze lucht veroorzaakte een ziekte onder de slaven waar velen aan stierven, en zodoende slachtoffer werden van de zorgeloze gierigheid, als ik dit zo mag zeggen van hun aankopers. Deze ellendige toestand werd nog verslechterd door de ontvellingen van de kettingen, die nu onverdraaglijk werden en het vuil van de noodzakelijke tonnen waar de kinderen vaak in vielen en bijna verstikten. De kreten van de vrouwen en het gekreun van de stervenden maakten het geheel tot een afschrikwekkend schouwspel dat haast onvoorspelbaar was.

Voor de kust
Tenslotte kwamen wij in zicht van het eiland Barbados. Nu kwamen vele planters en kooplieden aan boord, al was het avond geworden. Zij stelden ons op in afzonderlijke pakketten en onderzochten ons nauwkeurig. Zij lieten ons ook opspringen en wezen naar het land, daarmee aangevend dat wij daar heen zouden gaan. Daarop dachten wij dat wij opgegeten zouden worden door deze lelijke mannen, zoals zij ons toeschenen.

In opslag
Toen wij spoedig daarna aan land werden gebracht werden wij onmiddellijk naar de binnenplaats van de koopman gebracht, waar wij allemaal opgesloten werden als evenzoveel schapen zonder dat er acht geslagen werd op sexe of leeftijd.

Verkocht
Op een gegeven teken (zoals een trommelslag) renden de kopers tegelijk allemaal de binnenplaats op waar de slaven waren opgesloten, en kozen dat pakket dat hen het beste leek. Op deze manier werden verwanten en vrienden gewetenloos gescheiden, waarvan velen elkaar nooit meer zouden terugzien.

Op de plantage
Samen met nog een paar slaven werd ik in een sloep naar Noord-Amerika verscheept. Wij werden aan land gebracht aan een rivier in de buurt van Virginia, waar wij geen enkele of hooguit een paar landgenoten uit Afrika zagen en niet ťťn ziel die met mij kon praten. Ik was een paar weken op de plantage gras aan het wieden en stenen aan het rapen, en tenslotte werden al mijn metgezellen verschillende kanten uit verdeeld en bleef ik alleen over.

In het huis van de meester
Terwijl ik op de plantage was werd de heer aan wie dit landgoed volgens mij toebehoorde ziek en op een dag werd ik naar zijn woonhuis gezonden om hem koelte toe te wuiven met een waaier; toen ik in de kamer kwam waar hij was werd ik bijzonder afgeschrikt door een paar dingen die ik zag, en meer nog aangezien ik een zwarte slavin had gezien toen ik het huis doorging die het avondeten aan het koken was en het arme schepsel was wreedaardig beladen met verschillende soorten ijzeren machines; zij had er een in het bijzonder op haar hoofd die haar mond zo volledig afsloot dat zij nauwelijks kon praten en niet kon eten of drinken. Ik was bijzonder verbaasd en geschokt door dit toestel dat zoals ik later leerde de ijzeren muilkorf werd genoemd.

Een andere naam
Op deze plantage werd ik Jacob genoemd, maar aan boord van het slavenschip werd ik Michael genoemd. Mijn nieuwe meester en kapitein van een Engels schip noemde mij Gustavus Vassa.

Joachim Christian Nettelbeck

Introductie
Joachim Christian Nettelbeck (Kolberg Duitsland, 1738-1824) was zeeman en later onder meer opperstuurman bij de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC).

 

Joachim Christian Nettelbeck

Joachim Christian Nettelbeck

Nettelbeck werd als zoon van een brandewijnbrouwer in Kolberg geboren. Al jong verbleef hij bij zijn oom in Amsterdam. Op elfjarige leeftijd monsterde hij aan bij een handelsschip en voer naar Suriname. Op de vlucht voor de wervingsactiviteiten van het Pruisische leger, ondernam Nettelbeck diverse zeereizen. Hij huwde driemaal. Twee huwelijken werden ontbonden.

Nettelbeck maakte in 1750, 1758 en 1772 reizen op een slavenschip voor de MCC naar Suriname.

Van zijn ervaringen als zeeman hield hij een dagboek bij:  Des Seefahrers Joachim Nettelbeck erstaunliche Lebensgeschichte, in 1987 opnieuw uitgegeven onder de titel Lebensbeschreibung des Seefahrers, Patrioten und Sklavenhšndlers Joachim Nettelbeck, von ihm selbst aufgezeichnet.

Vertrek
In november van dat jaar [1771] verlieten wij de rede van Goeree. Onze lading bestond uit waren die de Afrikanen graag tegen slaven, goud en olifantstanden plegen te ruilen. De bemanning bestond uit 106 koppen.

Handelsgoederen (caragsoen)
Aangezien hier nu eenmaal mensen als handelswaar gezien worden om tegen de producten van Europese kunstvlijt te worden geruild, kwam het er voornamelijk op aan zulke producten uit te kiezen die de zwarten het meest noodzakelijk of luxueus waren gaan vinden. Verschillende soorten geweren, buskruit in kleine vaten van 8 tot 32 pond waren het belangrijkste. Haast net zo begeerlijk waren tabak, zowel gesneden als in bladen, aarden pijpen en brandewijn. Katoen in allerlei soorten en kleuren lagen in stukken van 21 tot 24 ellen, evenals dergelijke of linnen en zijden doeken, die met 6 tot 12 samengewerkt waren. Evenmin mocht een goede voorraad linnen lappen, 3 ellen lang en half zo breed, ontbreken, die daar als lichaamsschort werden gedragen. De rest van de lading bestond uit snuisterijen, zoals kleine spiegels, verschillende soorten messen, bonte kralen, naalden en garen, vuurstenen, vishaken en dergelijke.

Mensenhandel
Zo is het hele land in kleine stukken verdeeld die zich vijandelijk tegenover elkaar gedragen en alle gevangenen die ze maken Úf aan de zwarte slavenhandelaren verkopen Úf ze rechtstreeks naar de Europese slavenschepen afvoeren.

Lading
De ziekten en sterfgevallen, die onder de slaven bij een langere overtocht zoveel slachtoffers maken, maken het wenselijk de reis op welke wijze dan ook korter te maken. Onze lading bestond uit 425 stuks: 236 mannen en 189 vrouwen, meisjes en jongens.

In de boeien
De mannelijke slaven werden direct naar het ruim gebracht omdat ze anders makkelijk in de gelegenheid zouden zijn geweest van boord te springen.

Op het slavendek
De scheepsdokter gaf de aangekochte slaven dadelijk een braakmiddel om hen te bewaren voor de nadelige gevolgen van doorgestane angsten; dan kregen ze ijzeren boeien aan handen en voeten en werden bovendien paarsgewijs aaneengekoppeld met ijzeren stangen. Althans de mannen, de vrouwen en kinderen bleven zonder boeien. Voor elke plankenwand stonden twee kanonnen met de loop naar het mannenverblijf gericht, die meteen, in hun bijzijn, met kogels en kartets werden geladen. De vrouwen en minderjarigen hadden overdag hun eigen verblijf achter de wand op het halfdek en konden hun mannelijke lotgenoten niet zien, maar wel horen.

Naar West-IndiŽ
Begin oktober verlieten we de Afrikaanse kust met bestemming Surinaamse Markt.

Eten
Om 10 uur was het ochtendmaal. Ze zaten in een kring, ieders zitplaats op de vloer aangewezen door een in het dek geslagen spijker met platte kop. Houten emmers, gevuld met grutten bereid met peper, zout en palmolie, werden aangedragen.

Hofdames
Niet voor allen was het leven zo grauw; de ĎHofdamesí, die deze titel van de matrozen ontvingen, waren bevoorrecht. Zij werden uitgekozen uit de mooiste slavinnen en belast met Ďde dienst in de kajuit.í

Voor de kust
Half december kwamen we in de Surinamerivier aan, waar we 4 tot 5 mijl voor Paramaribo voor anker gingen om de plaatselijke gezondheidsinspectie af te wachten. Deze diende vast te stellen dat er geen besmettelijke ziekten aan boord van het pas aangekomen schip heersen, alvorens toestemming gegeven kan worden de haven binnen te lopen. Dit was bij ons echter niet het geval, omdat wij binnen het tijdsbestek van vier maanden dat ik mij aan boord bevond, niet meer dan vier van onze matrozen en zes slaven verloren.

Slavenhandel
In het begin van 1773 was ons slavenschip wegens een lek genoodzaakt geweest de rivier Corantijn, gelegen tussen Suriname en Berbice, op te varen, alwaar ik een ongemeen vruchtbare landstreek aantrof, die nog door geen enkele Europese macht in bezit was genomen. Dit laatste hield mij doorlopend bezig, het Pruisische patriottisme werd in mij wakker en ik peinsde en peinsde waarom mijn koning niet even zo goed als Engeland en Frankrijk hier een kolonie hebben en suiker, koffie en andere exotische producten zou kunnen verbouwen?
Ik begreep wel, dat de ontginning van het land zonder negerslaven niet te bewerkstelligen zou zijn, dus kreeg ik het daarmee verbonden idee van een nederzetting aan de kust van Guinea, die de nieuwe kolonie van voldoende zwarte arbeiders zou kunnen voorzien.

Aankondiging van de verkoop
Onze belangrijkste taak bestond uit de verkoop van onze zwarte waar. Gewoonlijk liet de kapitein bij zijn aankomst in de kolonie een circulaire bezorgen bij de plantagebezitters waarin hij zijn meegebrachte koopwaren aanbeval en de kopers aan boord uitnodigde.

Verkoop aan boord
Toen de kooplustigen aan boord waren, werden zowel de mannelijke als de vrouwelijke slaven bevolen zich in twee aparte groepen in een cirkel op te stellen. Eenieder zocht daaruit datgene wat hem beviel en zette hem of haar terzijde; daarna werd pas onderhandeld hoeveel zij of hij moest opleveren. Gewoonlijk was de prijs voor mannen 400 tot 450 gulden. Ook jonge knapen van 8 of 10 jaar en ouder brachten zoveel op; een vrouw, al naar gelang haar mooie of minder mooie uiterlijk, werd voor 200 tot 300 gulden verkocht; was er sprake van een vrouw, die mooi, jong en rijp was, dan was zij 800 tot 1000 gulden waard en kenners betaalden vaak nog beduidend meer.

Lading gelost
Was de koop gesloten dan werd de prijs contant betaald maar meestal per wissel of er vond een ruil plaats met koloniale waren en als de kopers hun slaven niet direct meenamen bedongen ze ook wel dat de kapitein de slaven in een boot of sloep bij de plantage zou laten afleveren.

Litteken

Als ik in de spiegel kijk,
dan zie ik onze voorouders,
de wortels van ons bestaan,
die ooit in een ander continent,
als een zaad ontkiemden.

Zonder enig medelijden,
als vee op elkaar gestapeld,
aan hals en voeten vastgeketend,
naar een andere wereld verbannen,
die mijn heden bewolkt.

Nooit heb ik ze gekend,
na die nachtelijke verdwijning,
om de ochtendziel te ontmoeten,
op een plek waar Boni en Tula,
hun verbeelding zagen verdampen.

Hun stem, hun geweten,
hebben mij nooit verlaten.

Ontdaan van mijn zijn,
werd mij een leven opgedragen,
dat geen ogen kon verdragen.
Zij die de keus niet ontbraken,
geloofden in een mythe.

M'n huis schreeuwt om een naam,
die van respect en erkenning,
om het einde in zicht te krijgen,
overal waar dit een litteken draagt,
dat in ons midden ligt begraven.

Quito Nicolaas

Uit: Gerede Twijfels (2002)
NiNsee

Slavin

Kijkt u ook eens op het webportaal www.geschiedeniszeeland.nl. Bij Thema's kunt u onder andere het thema Slavernij bekijken met uitgebreide informatie over de relatie Zeeland - slavernij. 

terug naar boven