Opening.

Op 2 juli 2004 is het Jaar van het Zeeuwse slavernijverleden van start gegaan met de officiële opening in de Zeeuwse Bibliotheek te Middelburg en optredens van de groepen Terras Brazilis en Diferente op de Markt van Middelburg. Op onderstaande foto's een impressie van deze opening.

In de Zeeuwse Bibliotheek

In de Zeeuwse Bibliotheek

In de Zeeuwse Bibliotheek

In de Zeeuwse Bibliotheek

Op de Markt in Middelburg

Tijdens de openingsplechtigheid, gehouden in de Zeeuwse Bibliotheek te Middelburg,werden enkele toespraken gehouden. Zo  hield de voorzitter van de projectgroep, de heer R. Koops, de openingstoespraak. De heer G. Oostindie, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land en Volkenkunde te Leiden hield een voordracht getiteld: "Hoe Zeeuws is de Nederlandse slavenhandel?" De heer E. Campbell, voorzitter van het Nationaal Instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) hield de toespraak "Herdenken of Vergeten", waarvan de tekst hieronder is opgenomen.

Herdenken of Vergeten

Toespraak van Eddy Campbell, voorzitter van het NiNsee (Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis) bij de opening van het Jaar van het Zeeuwse slavernijverleden juli 2004 – juli 2005.

Middelburg vrijdag 2 juli 2004.

  

”Ik ben onzichtbaar. Nee, ik ben geen spook van het soort waardoor Edgar Allan Poe werd geplaagd  of  zo’n  ectoplastisch wezen dat je in Hollywood-films kunt zien. Ik ben een stoffelijk mens, van vlees, bloed en been, vezels en sappen – je zou zelfs  kunnen zeggen dat ik een brein bezit.

Ik ben onzichtbaar, moet u weten, omdat de mensen mij niet willen  zien. Net als de hoofden zonder lichaam die ze soms op de kermis vertonen, ben ik als het ware omringd door spiegels van  vertekenend glas. Wie mij nadert ziet alleen mijn omgeving, zichzelf, of het product van zijn eigen verbeelding - wat dan ook, behalve mij”.

 

Zo begint de Proloog van ONZICHTBARE MAN, de hallucinerende roman waarmee Ralph Ellison, een zwarte Amerikaan, ruim vijftig jaar geleden debuteerde.Dit deel van de proloog zou gezien kunnen worden als een goede karakterisering van de geschiedenis van de slavernij in Zeeland. Die is immers onzichtbaar. Die is wel aanwezig maar wij willen die – zal ik zeggen tot voor kort – niet zien.Tot vandaag was de zwarte tot slaafgemaakte als persoon in de Zeeuwse historie onzichtbaar. De nazaten van de tot slaaf gemaakte waren onzichtbaar, niet aanwezig in het bewustzijn van de Zeeuwse gemeenschap.

Zelf ben ik als nazaat van de tot slaafgemaakten  voor het eerst van mijn leven hier in Middelburg waar het allemaal is begonnen. Over een aantal generaties heen is voor mij de driehoek gesloten. Middelburg!

 

West Afrika / Caribische gebied/ Middelburg. Het klinkt als Luik/ Bastenaken/ Luik. Maar het was dat helemaal niet. Onderzoek leert dat de Middle Passage weinig comfortabel was en de arbeid op de West-Indische plantages niet kan worden vergeleken met een ontspannende werkvakantie. De morele en ethische bezwaren tegen de handel in mensen werden door een daartoe ingestelde commissie in harmonie gebracht met de leerstellingen van het calvinisme. De morele bezwaren bleken toen al niet bestand tegen de vooruitzichten van aantrekkelijke financiële / materiele voordelen. Aan een belangrijke voorwaarde was overigens voldaan - de slavernij speelde zich af op veilige afstand van het zo christelijke vaderland. Het is bekend dat de slavenhandel in het begin weinig populair was in de Lage Landen bij de Zee. Dat neemt niet weg dat de Hollanders en de Zeeuwen door de WIC en de Middelburgse Commercie Compagnie (1720) zich een fors aandeel in die handel wisten te verwerven.

  

Het is interessant te weten dat de Nederlandse slavenhandel min of meer bij toeval is ontstaan als interessant bijproduct van de toenmalige kaapvaart. De bedoeling van de kaapvaart was de Spaanse koning te duperen door hem te beroven van een belangrijk deel van zijn inkomsten. De winsten die dat opleverde deden de mening postvatten dat het zelfs lucratiever zou zijn als men zelf naar Afrika ging om de slaven bij de bron te halen. De West-Indische Compagnie nam deze belangrijke en winstgevende taak op zich, later gevolgd door de Middelburgse Commercie Compagnie.

 

Bekend is het verhaal van de Zeeuwse kaapvaarder die in 1596 met 100 slaven in Middelburg aankwam. Hij had een Portugese slavenhaler gekaapt en wilde zijn waar kennelijk aan deze stad verkopen. Hij had niet gerekend op burgemeester Ten Haeff die zich hiertegen heftig verzette en de stad Middelburg daarmee heeft gevrijwaard van zwarte slavernij. Het verhaal gaat dat zelfs de dichter Brederode zich met de zaak heeft bemoeid en zijn afkeer heeft te kennen gegeven over de praktijken van verkopen van mensen als waren het dieren.

 

Waar kennen wij, de nazaten van de tot slaaf gemaakten, de Zeeuwen toch van. Natuurlijk van Abraham Crijnssen de veroveraar van de kolonie en van Cornelis van Aertsen van Sommelsdijck, de eerste gouverneur/ aandeel-houder van het nieuwe wingewest. En waarschijnlijk ook de eerste gezagsdrager die door het eigen gepeupel werd vermoord aan het begin van de Gravenstraat. Aan hem herinnert nog een morsige sloot dwars door Paramaribo, gegraven door zijn moordenaars de rasphuis boeven uit Amsterdam. We kennen de Zeeuwen natuurlijk beter nog van het Fort Zeelandia. Onder de Engelsen bekend als Fort Willoughby. Verovert op de Engelsen en onder Zeeuws bewind herdoopt. Zoals vele dingen een nieuwe naam kregen of zoals de slaven van een nieuw brandmerk werden voorzien telkens als zij werden doorverkocht. Alleen de stad Paramaribo werd door een toeval geen Nieuw Middelburg. Het schip met aan boord de akte tot naamsverandering heeft het land nooit bereikt. Het is waarschijnlijk in een vliegende storm nabij de Azoren met man en muis vergaan. En wie het telefoonboek van Paramaribo opslaat en dat van Willemstad/Curaçao zal ontdekken dat de Zeeuwen drie honderd jaar geleden er niet alleen als transporteurs van slaven zijn langs geweest.

 

Zeeland heeft ook – hoe moet je dat noemen – symbolisch een stempel gedrukt op Suriname in het bijzonder.Abraham Crijnssen veroverde het gebied op 27 februari 1667 op de Engelsen.In de geschiedenis van het land is februari de maand van de opstanden, slavenrevoltes, oproer, arbeidsonrust, stakingen, staatsgrepen en binnenlandse oorlogen. Is dat toeval? Toeval bestaat niet. Ik wil graag geloven dat de Zeeuwse waterstanden in de maand februari zich vertalen in sociale golfbewegingen in de Caribische wateren. Het koloniale bewind – door de Zeeuwen gevestigd -  werd in dienst gesteld van de exploitatie  gedurende ruim driehonderd  jaar van de plantage maatschappij op basis van gedwongen  arbeid onder miserabele omstandigheden. Het Zeeuwse aandeel in de exploitatie valt niet te verwaarlozen. Moeten de Zeeuwen en Hollanders zich nu generen voor hun verleden als slavenhalers en slavenhouders? Niet per se.Naar de mores van die tijd was slavernij niet helemaal verwerpelijk.

Gêne voor het eigen slavernijverleden heeft iets van zelfgenoegzaamheid. Het is een verborgen claim op morele superioriteit en streelt het eigen ego. Erkenning van het slavernijverleden echter als een gemeenschappelijke historische ervaring, als een gedeeld verleden doet meer recht aan de gevoelens van de nazaten van de tot slaaf gemaakten. Erkenning opent de deur naar gemeenschappelijke verwerking en overstijgen van de pijn uit dat verleden. De pijn die opgeslagen is in ons collectieve geheugen en ervaren wordt als een groot onrecht. Het slavernijverleden mag niet de doofpot in.

 

Met de komst naar Nederland van ruim 450.000 Surinamers Antillianen en Ghanezen is het slavernij verleden actueel en dichterbij. En de noodzaak om daarmee in het reine te komen des te dwingender. Herdenken van het slavernijverleden is het belangrijkste instrument voor het verwerken en overstijgen van dat trieste verleden. Het bevordert het besef van een gedeeld verleden en geeft hoop op een toekomst in vrijheid. De honderd slaven die in 1596 hier aankwamen werden in vrijheid gesteld en mochten gaan en staan waar zij wilden. De honderd duizenden nazaten van de slaven uit de Cariben zijn bevrijd van de mentale ketenen.Met behoud van hun eigen identiteit willen zij bijdragen aan een betere toekomst voor de hele natie. En aan een betere samenleving vrij van discriminatie en xenofobie. Vrij van alle vormen van etnische en religieuze onverdraagzaamheid.

 

Ik ben nu niet langer onzichtbaar. Wij, de nazaten van de tot slaafgemaakten staan op het netvlies van Zeeland en in het blikveld van geheel Nederland. Wij zijn niet langer de gezichtsloze onderklasse in de roemruchte geschiedenis van Nederland. We weten ons steeds meer deel van de “vaderlandse geschiedenis”.

Met de start van het Jaar van het Zeeuws Slavernij Verleden zijn we dichter bij de volledige erkenning en acceptatie van dit slavernijverleden als een gemeenschappelijke en gedeelde geschiedenis van alle Nederlanders. Met recht “Verbonden in Vrijheid”.

[De tekst van deze lezing is, samen met diverse andere interessante bijdragen, opgenomen in het themanummer 'Zeeland en het slavernijverleden' van Zeeland, Tijdschrift van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (jaargang 14, nummer 1, maart 2005).]

terug naar boven